woensdag 24 mei 2017

Zeven

Wanneer Mabon van het plan hoort om de sprite te offeren aan de draak, ontsteekt hij in woede. Dit zijn onderdrukkers in het kwadraat! Hij heeft meteen een sanctie klaar: ze kunnen de sekteleider aan de draak offeren, dan weet hij meteen hoe dat voelt.
De rest is niet meteen overtuigd. Hoe helpt hen dat verder?
Heel eenvoudig, stelt Mabon, dan kunnen ze zelf een bondgenootschap met de draak sluiten. Als zijn groepsleden dan toch te bang zijn om die aan te vallen.
Aurea ziet zowaar wel enige voordelen in dit plan: aangezien ze straks een opgeruimd Donderden weer moeten achterlaten, zou het niet slecht zijn om een machtige bondgenoot te hebben die een oogje in het zeil houdt. Leanna en Luatha-Eimh horen het vol afgrijzen aan: ze gaan toch niet zomaar iemand aan een draak voeren?
De sekteleider komt halverwege deze besprekingen weer bij bewustzijn. De loop van het gesprek motiveert hem alleszins om antwoord te geven op de vragen die hem gesteld worden. Hij bevestigt de verdenkingen over hun activiteiten. Nadat de sekte vier jaar geleden uit elkaar viel nadat een groepje helden de plannen om Tiamat - de kwaadaardige drakengodin - naar deze wereld te halen, verijdelde, is er nu een machtsvacuüm. Een ambitieuze aanbidder zou weleens van dat gat kunnen profiteren, mits de juiste offers die hem in de rangen doen stijgen…
Mabon raakt er niet bepaald milder van gestemd. Een tiran in wording, naar de draak ermee. Wanneer de rest daar niet meteen mee instemt, gaat hij mokkend de laatste hoek van het dorp inspecteren. Het vernielde dorpsplein en scheefgezakte standbeeld maken hem alleen maar bozer. Wat staat dat stomme standbeeld daar nog te doen? Met inspanning van al zijn krachten probeert hij het omver te duwen. Hier komt de plek waar zijn eigen standbeeld zal prijken, eens hij Donderden eens en vooral gezuiverd heeft!
De rest van de groep besluit om voor de veiligheid snel de laatste gebouwen te inspecteren. Terwijl ze hier staan te discussiëren over het lot van de drakenaanbidder kan er om het even wat op hen loeren vanuit de barakken!
Luatha-Eimh sluipt rondom het gebouw terwijl Mabon nog steeds verwoede pogingen doet om het standbeeld omver te duwen en behoorlijk verontwaardigd is dat niemand hem wil helpen. Leanna ziet zijn zielstroebelen bezorgd aan. Wanneer Luatha-Eimh vlotjes het raam door springt om de drie lijken te gaan inspecteren die ze heeft zien liggen, slaakt ze al snel een alarmkreet wanneer die overeind komen om haar nieuwsgierige vingertjes af te weren.
Mabon snelt naar de deur: actie! Dat kan hij gebruiken! De deur zit echter muurvast en ondanks hevig gerammel, geeft die niet toe. Leanna en Aurea vliegen naar een raam en vuren magische projectielen op de ondoden af die Luatha-Eimh trachten te omringen en langzaam maar zeker insluiten. Mabon beseft dat de deur hem niet verder helpt, stormt naar een ander raam, slingert zich naar binnen en landt op de nek van een van de zombies. Zijn rapier flitst en meteen is er een zombie minder. Twee andere zijn een stuk hardnekkiger en klauwen verwoed in het rond. Luatha stormt griezelend naar een raam en springt richting zuivere lucht, terwijl een tweede zombie sneuvelt onder de verwoede aanvallen van haar vrienden.
De derde blijkt de taaiste, ondanks herhaaldelijke klappen die dodelijk hadden moeten zijn, blijft hij voortschuifelen en uithalen, neervallend en wankelend weer opstaand. Leanna staakt haar aanvallen en kijkt bedroefd naar het wezen. Er ontbreekt iets in hun aanpak.
‘Ik vergeef je,’ zegt ze liefdevol. ‘Je mag verdergaan.’
Heeft de zombie haar boodschap begrepen? Het eerstvolgende salvo wordt hem fataal en het wordt stil in de barak.

Nu het dorp is schoongeveegd blijft er maar een vraagstuk over: wat gaan ze doen met hun gevangene?
Aurea besluit om idee ‘bondgenootschap met de draak’ niet meer te steunen. Paranoïde draken zijn geen fatsoenlijke bondgenoten. Mabon gaat mopperend tegen het standbeeld schoppen, terwijl Luatha-Eimh, opgefokt door het gevecht, voorstelt om de sekteleider bij de spinnen van Leanna op te sluiten. De halfelf fleurt meteen op na haar droeve taak van zo-even: haar beestjes krijgen eten?
Aurea keurt het plan echter af: dat is net hetzelfde als de man aan de draak voeren, en dan nog zonder dat er politiek voordeel aan verbonden is. Er moet op een beschaafde manier met deze kwestie worden omgegaan. Wanneer ze de man nog wat verder ondervraagd, komt ze erachter dat het voorgenomen offer zijn eerste was. De rest van de groep ziet tot hun ontzetting dat een lichtje gaat branden in de ogen van de adellijke tovenares. Aurea vraagt hun gevangene vriendelijk naar zijn naam en steekt vervolgens tegen een verblufte Favrik een betoog af over de voordelen van het meewerken aan een geciviliseerd Phandalin. Zou hij niet liever een eerlijk man worden en deel zijn van dit historische gebeuren?
En jawel, Aurea heeft een nieuw slachtoffer gevonden voor haar beschavingsplan. Als ze de Roodmerken tot wachters kon maken, dan kan ze deze ene cultist toch zeker wel tot een nuttige burger omvormen? Tot ieders verbazing blijkt de man niet geheel ongevoelig voor haar woorden, al houdt hij zich nog zo vast aan zijn geloof. Elke suggestie van haar makkers dat nog te bezien staat of het allemaal wel goed is gekomen met de Roodmerkbende, legt ze koppig naast zich neer: Favrik is haar project en ze neemt hem mee.
Mabon kan het allemaal geen bal schelen, zolang dat vermaledijde standbeeld maar wordt omgeduwd. Hij sommeert Favrik hem te helpen, en wanneer de verbijsterde man dat doet – zij het zonder resultaat – is de grillige gnoom bereid om hem mee te laten komen. Leanna en Luatha-Eimh protesteren tevergeefs: wat is er gebeurd met plan ‘naar de spinnen’? Aurea wil er niets meer over horen en bindt Favrik aan haar paard. Op naar Kasteel Spitsmuil om Gundren Steenzoeker te bevrijden!
Leanna’s lange oren bewegen zachtjes en ze knikt instemmend. Ze is haar redder haar leven verschuldigd, het wordt inderdaad hoog tijd om hem te gaan bijstaan, nu druïde Reidoth hen de locatie heeft gegeven. Luatha-Eimh peinst stilletjes over de fabelachtige rijkdommen die in de vergeten mijn te vinden zouden zijn… en waar Gundren een kaart van heeft. Mabon is best tevreden over zijn schoonmaak van Donderden (die draak, daar rekent hij nog wel een keer mee af), en heeft dezelfde kaart in gedachten: zouden daar doorgangen op staan die naar het Onderduister leiden?
Naar Kasteel Spitsmuil!

De groep besluit om door het Nimmerwinterwoud te steken. Aanvankelijk vorderen ze gestaag, met Mabon op kop, die voor hen een weg door de begroeiing zoekt. Leanna rijdt vlak achter hem, en houdt de omgeving nauwlettend in het oog. Er worden immers vreemde verhalen over dit woud verteld…
Een hele poos gaat alles goed, behalve dan dat Aurea de groep stierlijk verveeld door Favrik van tijd tot tijd te bestoken met preekjes over een eerlijk leven. Ze laat zich niet tegenhouden door het feit dat ze niet al te veel vooruitgang maakt. Nimmerwinter is niet op een dag gebouwd.
Leanna waarschuwt dat ze een vreemd gerucht heeft opgevangen. Ze houden halt en turen in de aangegeven richting. Ze huivert van afschuw wanneer een groot beest naderbij komt. Het lijkt een dier, maar is het niet: de uilbeer is het resultaat van magische experimenten die niets meer te maken hebben met de natuur. Haar reisgenoten kijken verbaasd toe hoe de druïde haar krachtigste magie oproept: een zuil van maanlicht hangt als een beschermende wand voor hen, in het pad van het aanstormende beest. Aurea reageert meteen met een vuurbal, en Luatha-Eimh legt aan en schiet. Mabon trekt zijn rapier en vliegt erop af, maar de vernietigende kracht van Leanna’s magie zorgt ervoor dat het beest hen niet eens bereikt: zijn agressieve, kunstmatige leven neemt een snel einde.
Luatha-Eimh springt van haar pony en trippelt naderbij om een paar veren te verzamelen voor haar pijlen. Fantaseert ze over een uilenbeerbende? Leanna, haar fijngevoelige gezichtje ernstig, weigert verder te gaan voor ze dit wezen begraven heeft: als zijn botten vergaan in de aarde, zal deze abominatie uitgewist worden.

De volgende dag verloopt rustig, tot de schemering begint te vallen en Mabon moet toegeven dat hij de richting is kwijtgeraakt: ze lopen al een poosje in kringetjes… De groep besluit om een kamp op te slaan voor de nacht – althans, Leanna, Luatha-Eimh en Mabon zetten zich aan het werk. Aurea probeert haar gevangene er inmiddels van te overtuigen om een handje toe te steken als een stap in de richting van zijn nieuwe leven. Hij spuugt minachtend op de grond: hij dient de drakengodin, hij is niet van plan om de bediende van een zwervende bende te worden.
Het wordt steeds donkerder wanneer een ijzingwekkend gehuil door de nacht klinkt, dat van verschillende kanten wordt opgepikt en herhaald. Alleen Leanna schiet opgewekt overeind wanneer minstens zes paar geel opgloeiende ogen van alle kanten naderbij komen…