Dertig jaar geleden kwam de Hotenberg tot leven: een
reusachtige vulkaan-uitbarsting vernietigde grote stukken van Nimmerwinter en
het omringende gebied. De graaf en gravin van Corlijn maakten zich in aanvang
geen zorgen: een eeuwenoud pact beschermde hun familie. Maar tot hun grote
schrik breidde de lavastroom zich verder en verder uit, tot ze hun landgoed
moesten verlaten. De graaf en zijn hoogzwangere vrouw vluchtten naar hun huis in
Waterdiep. Onderweg kwamen de weeën van de gravin vervroegd op gang. Tegen de
achtergrond van een hemel die zwart was van de rook en rood van de gloeiende
bergtop, bracht ze een meisje ter wereld dat tussen haar wanordelijke robijnrode
haar gekromde hoorntjes op haar hoofd droeg en een kleine staart onderaan haar
ruggetje had.
De meeste ouders zouden in angst of afgrijzen
achteruitgedeinsd zijn, maar de graaf en gravin voelden hoop oplaaien. Huis
Corlijn had immers een lange en eerbiedwaardige geschiedenis van kinderen als
deze. Telkens als één van hen geboren werd, maakte hun Huis een sprong
voorwaarts. Misschien was het onfortuinlijke verlies van hun landgoed maar een
tijdelijke achteruitgang? Dit kind zou alles weer goedmaken, zo vertelde de
gravin zichzelf terwijl ze haar dochtertje voedde en in haar grote gouden ogen
keek. Ze noemden het meisje Aurea, als teken van de hoop die zij
vertegenwoordigde op een nieuw gouden tijdperk voor Huis Corlijn.
Aurea Corlijn groeide op in bescheiden comfort. Het grafelijke
paar had nog voldoende kleinere bezittingen om zich niet te hoeven verlagen tot
iets afgrijselijks als werk. Aurea kreeg een zorgvuldige scholing, waarbij de
minste of geringste aanwijzing dat ze ergens belangstelling voor had, gevolgd
werd door het huren van een nieuwe leraar. Immers, schijnbare grillen konden
deel van haar lotsbestemming zijn waarmee ze de familie zou redden!
Tegen de tijd dat Aurea vijftien was, was ze doordrongen van
de taak die haar ouders voor haar zagen. Ze studeerde ijverig en bedacht al
jong plannen die haar familie nieuwe welstand zouden kunnen brengen. Mensen die
met angst of afkeer op haar uiterlijk reageerden, trad ze tegemoet met extra
veel charme en voorkomendheid. Ze deed er alles aan om de indruk van demonische
wildheid die ze op het eerste gezicht had, te vervangen door een van
beschaafdheid.
Toen haar magische krachten ontwaakten, was ze enerzijds
verheugd, anderzijds woedend. De macht die haar geboden werd, leek een teken
dat ze er daadwerkelijk in zou slagen om iets voor haar familie te doen. Maar
de ongebreidelde manier waarop die zich manifesteerde, was hoogst ergerlijk.
Hoe harder ze probeerde om de magie in bedwang te houden, hoe vaker die in
kleine uitbarstingen tot leven kwam: bedienden werden ineens vijf jaar jonger,
de haarkleur van haar moeder veranderde zomaar vanuit het niets,
regenboogbellen dwarrelden rond in het midden van een belangrijk gesprek.
Aurea probeerde in de daaropvolgende jaren haar krachten in
bedwang te krijgen en daarvoor zocht ze de plek uit die haar zou herinneren aan
haar doel: op het vernietigde landgoed van Huis Corlijn oefende ze met haar krachten.
Het verlaten lavaveld gloeide op onder de magische uitbarstingen, terwijl de
gehoornde jonge vrouw worstelde met de gretige magie. Hoewel ze er steeds
bedrevener in werd, zou ze er tot haar grote ergernis nooit in slagen om de
onverwachte manifestaties van haar krachten helemaal te onderdrukken.
Ze spendeerde jaren aan onderzoek over hoe ze het landgoed
in ere kon herstellen, maar moest uiteindelijk concluderen dat het zinloos was:
ze had de middelen niet en het landgoed was nu omringd door onbewoond gebied.
Toen kwam haar iets ter ore dat haar nieuwsgierigheid wekte.
De stad Phandalin, die een half millenium tevoren door orcs was geplunderd en
vernietigd, was weer tot leven aan het komen. Immigranten van her en der
herbevolkten de stad. Tot nog toe was het er een zootje ongeregeld, waar de wet
van de sterkste vaker wel dan niet opgeld deed.
Graaf en gravin Corlijn luisterden goedkeurend toe terwijl
Aruea haar plannen ontvouwde: ze zou naar deze pioniersgemeenschap trekken en
er de teugels in handen nemen. Huis Corlijn zou de beschavende invloed zijn die
van deze jonge stad een geordend geheel zou maken. Daartoe wilde ze haar krachten
in eerste instantie bundelen met ridder Sildar Halwinter. De ridder rustte op
dit moment, zo had ze van haar informanten vernomen, samen met Gundren
Steenzoeker een expeditie uit om de mijnen van Phandalin weer operationeel te
maken. Ook hij wilde de stad tot een levendig centrum herstellen. Ongetwijfeld
zou hij dus gunstig staan tegenover haar plan om de nieuwe stedelingen een
adellijk Huis te schenken dat hen zou beschermen tegen de chaos…

Geen opmerkingen:
Een reactie posten