maandag 5 september 2016

Twee

De goblin stelt zichzelf voor als Yeemik. Hij heeft een deal voor de avonturiers: zij krijgen ‘de mens’ als ze hem het hoofd van Klarg bezorgen. Terwijl Mabon tegen Luatha-Eimh smiespelt dat ze daar echt niet zomaar op in zullen gaan, worden de twee nog levende goblins weer wakker. Achter het hoekje staan Leanna en Aurea zachtjes te discussiĆ«ren: Aurea ziet er geen been in de goblinhoofdman om zeep te helpen, terwijl Leanna het denkbeeld iemand te gaan overvallen die haar niks misdaan heeft, geschokt van de hand wijst.
Mabon probeert Yeemik zover te krijgen dat die wat afstand neemt van de gevangen ridder, zodat hij de goblin kan neerschieten. Yeemik is echter niet van gisteren en houdt zijn voorstel staande: het leven van de ridder in ruil voor dat van Klarg. Mabon haalt zijn schouders op: zo belangrijk is Sildar nu ook weer niet voor hem. Woedend gooit Yeemik Sildar van een overloop naar beneden. De ridder blijft bewusteloos liggen, terwijl de strijd losbarst. Mabon en Luatha-Eimh verspillen geen tijd en vallen meteen Yeemik aan.
Leanna heeft inmiddels een plan bedacht om toch over het fragiele platform te komen. Ze haalt een touw tevoorschijn en gooit dat naar de overkant, terwijl ze haar wolf richting het handgemeen stuurt. Dat geeft Luatha de tijd om het touw vast te knopen, zodat Leanna en Aurea hun vrienden kunnen gaan bijstaan. Aurea slingert meteen een vuurbal naar Yeemik, die al behoorlijk toegetakeld was door Mabon. De goblin moet zijn ambities met de dood bekopen en stort neer. Aurea verspilt geen tijd en sluipt zo onopvallend mogelijk naar de zwaargewonde ridder, om zijn zwaarste wonden te stelpen. Wanneer ze opkijkt, ziet ze dat Mabon en Luatha vlotjes met de twee resterende goblins hebben afgerekend, al heeft Mabon zware klappen gekregen. De adellijke tovenares kijkt zuchtend naar haar bebloede handen en besluit dat ze net zo goed ook de gnoom maar even kan opknappen.

Wanneer ridder Sildar Halwinter weer bij bewustzijn komt, informeert hij dankbaar aan wie hij zijn redding te danken heeft. Voor iemand zijn mond kan opendoen, manoeuvreert Aurea zich naar voren en stelt zichzelf en huis Corlijn voor als de betreffende weldoener. Mabon mort tegen de uitwisseling van beleefdheden: kan dat niet beter bewaard worden voor buiten de grot met goblins? Luatha slaat absoluut geen acht op de uitwisseling en sluipt stilletjes de grot rond in de hoop een paar kostbaarheden in haar zak te kunnen laten glijden.
Inmiddels vertelt Sildar over zijn gevangenneming samen met de dwerg Gundren Steenzoeker. Gundren en zijn broers ontdekten samen een verloren mijn die ze opnieuw willen openen. Ze hebben die op een kaart ingetekend, die Gundren in zijn bezit had. Sildar had zich bij Gundren aangesloten omdat hij in Phandalin onderzoek ging doen naar de verdwijning van de magiƫr Iarno Albrek, evenals hijzelf lid van de Herenalliantie. Mabon en Luatha aanhoren het relaas geeuwend en kunnen niet wachten om uit de grot te ontsnappen. Ook Leanna wil hier maar het liefst zo snel mogelijk vertrekken, wanneer ze de wonden ziet die de wolf voor haar heeft opgelopen.
Ridder Sildar bepleit echter om af te rekenen met de rest van de goblins in deze grot. Ze overvallen immers reizigers en maken op deze manier de weg naar Phandalin onveilig. Aurea is meteen voor dat plan gewonnen – als ze van Phandalin de thuisbasis van een herrijzend Huis Corlijn wil maken, dan mag er geen groen ongedierte in de weg lopen. Leanna staart haar met open mond aan: wil ze werkelijk een troep levende wezens gaan uitroeien? Mabon en Luatha zien vooral geen gegronde reden om die moeite te doen: daar worden ze niet voor betaald!
Aurea bepleit bij Leanna dat de goblins moordenaars zijn die onschuldige reizigers overvallen, alleen om buit te maken. De halfelf, opgegroeid in een beschermde omgeving, gaat er schoorvoetend mee akkoord dat een dergelijke dreiging niet zou mogen blijven bestaan, maar spreekt toch haar voorkeur voor een vreedzamere oplossing uit: kunnen ze de goblins niet gewoon tot rede brengen? Mabon wijst dat plan meteen van de hand: iedereen die iets van de wereld heeft gezien, weet wat voor een pest goblins zijn. Hij blijkt wel ontvankelijk voor het betoog van Aurea en trekt zijn wapens weer: onschuldige reizigers kunnen zich wellicht niet zo goed vervoeren als hij, dus het is zijn plicht een eind aan deze situatie te maken. Luatha lijkt zich tenslotte bij de meerderheid aan te sluiten, en knikt gehoorzaam bij het argument dat op deze manier de goblins hen tenminste niet onverhoeds in de rug kunnen overvallen. Inwendig denkt ze er het hare van: had Mabon in de grote grot van de goblinleider geen kisten met buit gezien? Wie weet wat daarin zit…

De groep dringt dieper in de grot door. Luath-Eimh sluipt voorop en ontdekt bij een waterval twee goblins. Ze aarzelt niet en schiet een van hen recht door zijn oog, terwijl Mabon de tweede aan zijn rapier rijgt. Ze wachten even af, maar de waterval overstemde duidelijk het doodsgereutel van de goblins, die Leanna met afgewend hoofd passeert.
Ze sluipen verder. Luatha gluurt om het hoekje en ziet aan het flakkerende vuur dat ze de juiste grot hebben bereikt. Na enig overleg besluit de groep tot een strategie: Aurea zal haar slaapbetovering herhalen en hopelijk zo voor een geruisloze overwinning zorgen. De tovenares vuurt haar spreuk af en twee goblins vallen snurkend op de grond. Het lijkt al te makkelijk… en zo simpel blijkt het ook niet te gaan. Uit de schaduwen duikt de woedende goblinhoofdman op.
Klarg stuurt een wolf op Mabon af. De kleine gnoom deinst achteruit, terwijl Leanna en Aurea het beest met vuur bestoken. De geschroeide wolf geeft het echter niet zomaar op en blijft zich grauwend op Mabon storten. Die springt achteruit en laat zich op zijn buik vallen, in de hoop zich achter een goblinlijk te kunnen verschansen. Klarg knuppelt Aurea neer, die bewusteloos ter aarde stort en beent dan weer op Mabon af. Luatha-Eimh en Leanna wisselen bedenkelijke blikken, maar kunnen zich er niet toe brengen hun makkers in de steek te laten. Ze vuren op Klarg en geven zo ridder Sildar dekking, die richting Aurea sluipt en de tovenares weer bij haar positieven brengt.
Een deerlijk toegetakelde Klarg haalt nogmaals naar Mabon uit, in de hoop de liggende gnoom voorgoed onschadelijk te kunnen maken. Mabon steekt echter zijn rapier recht naar boven en doorboort de goblinhoofdman. Die probeert de benen te nemen en struikelt richting de schacht waardoor Mabon eerder omhoog gluurde. Hij valt naar beneden en ploft met een veelzeggend gekraak neer.
Wanneer Luatha poolshoogte gaat nemen, ziet ze een morsdode goblin liggen – de grot is deugdelijk schoongeveegd. Opgewekt huppelt de halfling richting de kisten die her en der in de grot verspreid staan. Terwijl ze luidkeels haar bevindingen meldt – kratten met het symbool van een blauwe leeuw, duidelijk geroofd van een konvooi van de Leeuwenschilden naar Phandalin, en een kist waarin de goblins geld verzameld hadden – laat ze stilletjes een gouden kikkertje in haar zak glippen als schadeloosstelling voor haar beproeving in het duister van deze grot. Mabon houdt echter een scherp oog op vingervlugge Luatha-Eimh en betrapt haar op heterdaad. Die schudt alleen haar krullen en lacht zorgeloos: ze was heus niks van plan!