woensdag 26 april 2017

Zes

Terwijl Leanna de groep er hartstochtelijk van probeert te overtuigen dat er geen enkele reden is waarom ze een onschuldig dier zouden moeten afslachten – spinnen zijn nuttige beesten, ook als ze zo groot als een paard zijn – schiet de spin een web richting Mabon. De gnoom ontwijkt handig de aanval, maar grijpt het web en besluit om eindelijk zijn eigen obsessie eens te gaan volgen: met het plakkerige web wil hij de draak gaan bedwingen. De rest van de groep ziet het met verbijstering aan, maar ze hebben niet veel tijd om erbij stil te staan: de spin krijgt gezelschap van een soortgenoot.
Leanna laat zich daardoor niet zomaar van haar stuk brengen. De druïde trekt haar magie in haar lichaam en enkele seconden later staat er nóg een spin op acht poten. Spin-Leanna presenteert zich in al haar glorie en de andere spinnen zijn voldoende van haar onder de indruk om haar te volgen. Ze leidt hen naar een verlaten huisje maar staat even later voor een gesloten deur. Luatha-Eimh vogelt al snel het plan uit en spoedt zich om de deur voor haar open te trappen.
Spin-Leanna leidt de spinnen het huisje binnen dat een oude smidse blijkt te zijn. Aurea snelt mee naar binnen om er zeker van te zijn dat er geen verdoken gevaren zijn. Helaas is haar bezorgdheid terecht: er duiken twee aszombies uit het lang uitgedoofde smidsevuur op. Met een gloeiende straal doet Aurea een van hen neerstorten, maar moet dan achteruitdeinzen voor de tweede zombie en de onrustige spinnen.
Ze botst op Spin-Leanna, die haar echter aanmoedigt om op haar rug te kruipen. Gezeten op de reusachtige spin trekt de tovenares zich terug richting de achterkant van de smidse. Daar kan ze de achterdeur ontgrendelen, terwijl Leanna haar spinnengevolg aanmoedigt om zich bijtend tegen de zombies te verzetten. Terwijl Luatha-Eimh de voordeur dicht barricadeert, rijdt Aurea de achterdeur uit en slaat die snel weer dicht. Tot grote spijt van de adelijke tovenares is ze daarna haar rijdier alweer kwijt: Leanna neemt haar gebruikelijke elegante vorm weer aan.
In het huisje waarin de spinnen kampeerden treffen ze een cocon met het leeggezogen, verschrompelde lichaam van een elfse avonturier. Zelfs nu is Leanna er niet van te overtuigen dat er met de spinnen moet worden afgerekend: tenslotte moeten die beestjes toch ook eten! Opgesloten in de smidse zullen ze hen geen problemen bezorgen en uiteindelijk zullen ze zichzelf wel weten te bevrijden. Dat lijkt de druïde een mooie oplossing en de rest geeft haar dan maar haar zin.

Mabon is intussen nog steeds vasthoudend op pad richting de toren van de draak. Hij is echter gestuit op een pad vol spinnenwebben dat zijn doorgang fors bemoeilijkt. Hij gaat op zoek naar een boomstam om de webben mee op te ruimen en wordt dan ingehaald door de rest van de groep.
Leanna en Aurea rekenen met vurige magie kort en goed met de webben af en wassen Mabon stevig de oren: wat is dat nu voor een waanzinnig plan om in zijn eentje een draak te gaan bevechten? De kleine gnoom laat zich niet uit het veld slaan: het dorp uit zijn jeugd wordt duidelijk Onderdrukt door dat ondier – het moet eraan! Aurea vraagt hem verbijsterd of hij dan geen prijs stelt op het erfstuk dat hem door Mirna is toegewezen. Dit blijkt het enige argument waarmee Mabon enigszins van zijn queeste is af te brengen en ze zetten koers richting de alchemistenwinkel.
In een compartiment onder een zware boekenkast vindt Mabon het beloofde kistje, waaruit hij een gouden ketting met een hangertje tevoorschijn haalt. Hij hangt het om en belooft plechtig dat hij dit erfstuk waard zal zijn: hij zal Donderden bevrijden!
Ze worden opgeschrikt door een figuur in een zwarte mantel, die hen vanuit het struikgewas gadeslaat. Mabon stormt er meteen op af, maar wordt gestuit door zes plantmonsters. De gnoom krijgt het moeilijk wanneer hij omsingelt wordt, maar de rest komt hem al snel bijstaan. Leanna velt met een magische vuurbol een van de monsters, terwijl Mabon er links en rechts drie neermaait. Luatha’s snelle dolken rekenen af met de overige twee, en dan zetten ze de achtervolging van de donkere figuur weer in.
De man in de zwarte mantel verdwijnt achter een huis, maar is nergens meer te bekennen, wanneer ze dichterbij komen. Het huis is op slot en Luatha-Eimh overtuigt de rest ervan dat een geval als dit een speciale aanpak vergt: best klimt iemand op het dak om van daaruit poolshoogte te gaan nemen. Aurea staat nog te protesteren tegen dergelijke diefachtige tactieken, terwijl de kleine halfling al aan de spanten hangt. Ze tuimelt echter naar beneden. Mabon, die ongeduldig is geworden van al dit gedoe, gebruikt haar als springplank en lanceert zich het dak op.
Hij maakt een gaatje in het rieten dak en ziet een grote kamer, waarin de figuur met zwarte mantel zijn masker aflegt en dat op de tafel legt. Er staan nog twee mannen op wacht, en een derde ligt te rusten op een bed. Het masker draagt twee drakenhoorns, en hij herkent de groep als drakencultisten. Zijn met moeite onderdrukte woede borrelt weer op: niet alleen zucht Donderden onder de tirannie van de draak, deze mannen aanbidden dat vliegende monster ook nog eens. In een kooitje in de hoek ziet de gnoom een gevleugeld wezentje dat hem bekend voorkomt: een sprite. Dat is de druppel: hier wordt een onschuldig boswezen gegijzeld!
Mabon aarzelt geen moment en schiet door het gat in het dak op de cultisten. Hij is echter zo verblind door zijn wraaklust dat hij de mannen mist. Luatha-Eimh slingert zich het dak op, volgt Mabons goede voorbeeld en mikt met haar dolken op de mannen. Leanna ziet deze tomeloze agressie met lede ogen aan, verandert zich in een piepklein spinnetje en glipt onder de deur naar binnen. Aurea voelt er niets voor om als enige in een ongunstige positie achter te blijven en klimt zo waardig mogelijk het dak op.
Mabon springt intussen roekeloos de schouw in en stort zich op het kooitje. Hij forceert het slot met zijn rapier, steekt met een wervelende draai een van de mannen neer, en zet dan een andere na. Nog drie extra mannen komen uit een andere kamer toegesneld en tijdelijk lijkt de groep in het nadeel. Spin-Leanna bijt echter meteen een van hen in zijn enkel en lanceert spinnengif via haar piepkleine tandjes. Luatha-Eimh grijpt haar boog en schiet de leider in zijn schouder wanneer die de vlucht dreigt te nemen. Aurea voegt er een magische vuurschicht aan toe en doet de man bewusteloos neerstorten.
Een van de cultisten probeert Leanna plat te stampen, terwijl Mabon zijn vluchteling inhaalt en korte metten met hem maakt. De halfelf kiest wijselijk haar eigen gedaante weer, trekt haar scimitar en rekent met de traplustige af. De laatste cultist schiet de deur uit, maar krijgt een vuurbal, pijlen en een schicht achter zich aan: hij stort roemloos ter aarde. 
De sprite vliegt naar Mabon, blijft met snelle vleugelslagen voor hem hangen en legt zijn kleine handje op zijn hart. ‘Je bent goed van inborst,’ zegt hij dankbaar met zijn heldere stemmetje. ‘Ik dacht dat alle gnomen ondergronds waren gegaan… Maar ik ken jou toch? Jij bent Mabon, de mensenvriend!’ 
De sprite, die zich voorstelt als Elden, kan Mabon tot zijn grote verrassing wat meer vertellen over het lot van zijn familie: tijdens de vulkaanuitbarsting moesten de gnomen razendsnel de vlucht nemen. Ze zijn tunnels ingedoken, en er wordt gevreesd dat ze, om de lava te ontwijken, het Onderduister zijn ingegaan.  
Aurea en Luatha-Eimh verschieten van kleur. Het Onderduister is een labyrint van grotten en gangen dat onder het hele continent doorloopt. Een onderaardse wereld, vol duistere wezens, die ongelooflijk gevaarlijk is. Mabon neemt dit nieuws toch hoopvol op: dertig jaar lang dacht hij dat zijn familie was omgekomen, nu blijkt er toch een kans dat ze nog in leven zijn…
De leider van de cultisten wordt stevig vastgebonden, zodat hij ondervraagd kan worden. De sekte wilde de sprite offeren aan de draak en Aurea begrijpt meteen hun bedoeling: deze sekte van drakenaanbidders wil de duistere drakengodin Tiamat terugbrengen in de wereld…