Terwijl Leanna de groep er hartstochtelijk van probeert te
overtuigen dat er geen enkele reden is waarom ze een onschuldig dier zouden
moeten afslachten – spinnen zijn nuttige beesten, ook als ze zo groot als een paard zijn – schiet de spin een web
richting Mabon. De gnoom ontwijkt handig de aanval, maar grijpt het web en
besluit om eindelijk zijn eigen obsessie eens te gaan volgen: met het
plakkerige web wil hij de draak gaan bedwingen. De rest van de groep ziet het met
verbijstering aan, maar ze hebben niet veel tijd om erbij stil te staan: de
spin krijgt gezelschap van een soortgenoot.
Leanna laat zich daardoor niet zomaar van haar stuk brengen.
De druïde trekt haar magie in haar lichaam en enkele seconden later staat er
nóg een spin op acht poten. Spin-Leanna presenteert zich in al haar glorie en
de andere spinnen zijn voldoende van haar onder de indruk om haar te volgen. Ze
leidt hen naar een verlaten huisje maar staat even later voor een gesloten
deur. Luatha-Eimh vogelt al snel het plan uit en spoedt zich om de deur voor
haar open te trappen.
Spin-Leanna leidt de spinnen het huisje binnen dat een oude
smidse blijkt te zijn. Aurea snelt mee naar binnen om er zeker van te zijn dat
er geen verdoken gevaren zijn. Helaas is haar bezorgdheid terecht: er duiken
twee aszombies uit het lang uitgedoofde smidsevuur op. Met een gloeiende straal
doet Aurea een van hen neerstorten, maar moet dan achteruitdeinzen voor de
tweede zombie en de onrustige spinnen.
Ze botst op Spin-Leanna, die haar echter aanmoedigt om op
haar rug te kruipen. Gezeten op de reusachtige spin trekt de tovenares zich
terug richting de achterkant van de smidse. Daar kan ze de achterdeur
ontgrendelen, terwijl Leanna haar spinnengevolg aanmoedigt om zich bijtend
tegen de zombies te verzetten. Terwijl Luatha-Eimh de voordeur dicht
barricadeert, rijdt Aurea de achterdeur uit en slaat die snel weer dicht. Tot
grote spijt van de adelijke tovenares is ze daarna haar rijdier alweer kwijt:
Leanna neemt haar gebruikelijke elegante vorm weer aan.
In het huisje waarin de spinnen kampeerden treffen ze een
cocon met het leeggezogen, verschrompelde lichaam van een elfse avonturier.
Zelfs nu is Leanna er niet van te overtuigen dat er met de spinnen moet worden
afgerekend: tenslotte moeten die beestjes toch ook eten! Opgesloten in de
smidse zullen ze hen geen problemen bezorgen en uiteindelijk zullen ze zichzelf
wel weten te bevrijden. Dat lijkt de druïde een mooie oplossing en de rest
geeft haar dan maar haar zin.
Mabon is intussen nog steeds vasthoudend op pad richting de
toren van de draak. Hij is echter gestuit op een pad vol spinnenwebben dat zijn
doorgang fors bemoeilijkt. Hij gaat op zoek naar een boomstam om de webben mee op
te ruimen en wordt dan ingehaald door de rest van de groep.
Leanna en Aurea rekenen met vurige magie kort en goed met de
webben af en wassen Mabon stevig de oren: wat is dat nu voor een waanzinnig
plan om in zijn eentje een draak te gaan bevechten? De kleine gnoom laat zich
niet uit het veld slaan: het dorp uit zijn jeugd wordt duidelijk Onderdrukt
door dat ondier – het moet eraan! Aurea vraagt hem verbijsterd of hij dan geen
prijs stelt op het erfstuk dat hem door Mirna is toegewezen. Dit blijkt het
enige argument waarmee Mabon enigszins van zijn queeste is af te brengen en ze
zetten koers richting de alchemistenwinkel.
In een compartiment onder een zware boekenkast vindt Mabon
het beloofde kistje, waaruit hij een gouden ketting met een hangertje
tevoorschijn haalt. Hij hangt het om en belooft plechtig dat hij dit erfstuk
waard zal zijn: hij zal Donderden bevrijden!
Ze worden opgeschrikt door een figuur in een zwarte mantel, die hen vanuit het struikgewas gadeslaat. Mabon
stormt er meteen op af, maar wordt gestuit door zes plantmonsters. De gnoom
krijgt het moeilijk wanneer hij omsingelt wordt, maar de rest komt hem al snel
bijstaan. Leanna velt met een magische vuurbol een van de monsters, terwijl
Mabon er links en rechts drie neermaait. Luatha’s snelle dolken rekenen af met
de overige twee, en dan zetten ze de achtervolging van de donkere figuur weer
in.
De man in de zwarte mantel verdwijnt achter een huis, maar
is nergens meer te bekennen, wanneer ze dichterbij komen. Het huis is op slot
en Luatha-Eimh overtuigt de rest ervan dat een geval als dit een speciale
aanpak vergt: best klimt iemand op het dak om van daaruit poolshoogte te gaan
nemen. Aurea staat nog te protesteren tegen dergelijke diefachtige tactieken,
terwijl de kleine halfling al aan de spanten hangt. Ze tuimelt echter naar
beneden. Mabon, die ongeduldig is geworden van al dit gedoe, gebruikt haar als
springplank en lanceert zich het dak op.
Hij maakt een gaatje in het rieten dak en ziet een grote
kamer, waarin de figuur met zwarte mantel zijn masker aflegt en dat op de tafel
legt. Er staan nog twee mannen op wacht, en een derde ligt te rusten op een
bed. Het masker draagt twee drakenhoorns, en hij herkent de groep als
drakencultisten. Zijn met moeite onderdrukte woede borrelt weer op: niet alleen
zucht Donderden onder de tirannie van de draak, deze mannen aanbidden dat
vliegende monster ook nog eens. In een kooitje in de hoek ziet de gnoom een
gevleugeld wezentje dat hem bekend voorkomt: een sprite. Dat is de druppel: hier
wordt een onschuldig boswezen gegijzeld!
Mabon aarzelt geen moment en schiet door het gat in het dak
op de cultisten. Hij is echter zo verblind door zijn wraaklust dat hij de
mannen mist. Luatha-Eimh slingert zich het dak op, volgt Mabons goede voorbeeld
en mikt met haar dolken op de mannen. Leanna ziet deze tomeloze agressie met
lede ogen aan, verandert zich in een piepklein spinnetje en glipt onder de deur
naar binnen. Aurea voelt er niets voor om als enige in een ongunstige positie
achter te blijven en klimt zo waardig mogelijk het dak op.
Mabon springt intussen roekeloos de schouw in en stort zich
op het kooitje. Hij forceert het slot met zijn rapier, steekt met een
wervelende draai een van de mannen neer, en zet dan een andere na. Nog drie
extra mannen komen uit een andere kamer toegesneld en tijdelijk lijkt de groep
in het nadeel. Spin-Leanna bijt echter meteen een van hen in zijn enkel en
lanceert spinnengif via haar piepkleine tandjes. Luatha-Eimh grijpt haar boog
en schiet de leider in zijn schouder wanneer die de vlucht dreigt te nemen.
Aurea voegt er een magische vuurschicht aan toe en doet de man bewusteloos
neerstorten.
Een van de cultisten probeert Leanna plat te stampen,
terwijl Mabon zijn vluchteling inhaalt en korte metten met hem maakt. De halfelf
kiest wijselijk haar eigen gedaante weer, trekt haar scimitar en rekent met de
traplustige af. De laatste cultist schiet de deur uit, maar krijgt een vuurbal,
pijlen en een schicht achter zich aan: hij stort roemloos ter aarde.
De sprite vliegt naar Mabon, blijft met snelle vleugelslagen
voor hem hangen en legt zijn kleine handje op zijn hart. ‘Je bent goed van
inborst,’ zegt hij dankbaar met zijn heldere stemmetje. ‘Ik dacht dat alle
gnomen ondergronds waren gegaan… Maar ik ken jou toch? Jij bent Mabon, de
mensenvriend!’
De sprite, die zich voorstelt als Elden, kan Mabon tot zijn grote verrassing wat meer vertellen over het lot van zijn familie: tijdens de vulkaanuitbarsting
moesten de gnomen razendsnel de vlucht nemen. Ze zijn tunnels ingedoken, en er
wordt gevreesd dat ze, om de lava te ontwijken, het Onderduister zijn ingegaan.
Aurea en Luatha-Eimh verschieten van kleur. Het Onderduister
is een labyrint van grotten en gangen dat onder het hele continent doorloopt. Een
onderaardse wereld, vol duistere wezens, die ongelooflijk gevaarlijk is. Mabon
neemt dit nieuws toch hoopvol op: dertig jaar lang dacht hij dat zijn familie
was omgekomen, nu blijkt er toch een kans dat ze nog in leven zijn…
De leider van de cultisten wordt stevig vastgebonden, zodat
hij ondervraagd kan worden. De sekte wilde de sprite offeren aan de draak en
Aurea begrijpt meteen hun bedoeling: deze sekte van drakenaanbidders wil de
duistere drakengodin Tiamat terugbrengen in de wereld…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten