De groep gaat verder op verkenning in de ruimte. Achter een
gordijn treffen ze een kapel. Het altaar is bedekt met een met bloed besmeurde
doek, waarop rituele voorwerpen staan uitgestald. Leanna krijgt amper tijd om
van haar ontzetting te bekomen.
‘Grijp ze! Voor Magubliyet!’ schreeuwt een goblinpriester en
twee goblins storten zich onmiddellijk op Luatha-Eimh en Aurea. Luatha laat dat
niet op zich zitten. Ze gooit trefzeker haar dolken en doet een van hen meteen
ter aarde storten. Leanna slingert intussen woedend vuurschichten naar de
hoofdpriester: deze ontaarde figuren moeten verdwijnen! Mabon schiet haar
meteen te hulp en stort zich doldriest op de hoofdpriester. Voor de installatie
van zijn standbeeld heeft hij wel iets over! Op het moment dat hij de
hoofdpriester de pan in hakt, wervelt Leanna al richting de laatste overlevende
goblinpriester. Met geheven zwaard stormt ze op hem af en hakt hem met een rake
klap zijn hoofd af.
De rest van de groep kijkt enigszins onder de indruk naar de
met bloed bespatte halfelf. Met een vredige glimlach op haar gezicht maakt ze
haar zwaard schoon. Leanna koestert zich in de goedkeurende tevredenheid van de
Aardmoeder, nu haar altaar is gereinigd.
Nu ze hier dan toch zijn, wil Mabon nog wel wat verder op
verkenning en hij gooit vlotjes een deur open. Na enig rondsnuffelen treft hij
een wapenrusting aan, waarop Aurea het wapen van ridder Sildar herkent. Ze
worden bij hun onderzoek gestoord door vier hobgoblins, maar de groep stelt
zich snel en krachtig teweer. De dreiging wordt afgeslagen, maar daarna
besluiten ze dat het welletjes is geweest. Tijd om Gundren terug te begeleiden
naar Phandalin.
Gundren staat inderdaad te trappelen om zijn broers terug te
zien. Er wordt besloten om maar meteen te vertrekken, maar een onverwachte
onderbreking nadert uit het woud. Een groep van vier hobgoblins, in gezelschap
van twee wolven, komt met bebloede zakken aangebanjerd.
Luatha-Eimh besluit om plan ‘haal de hobgoblins naar onze
kant’ nog een kans te geven. De bruten blijken daar echter geen oren naar te
hebben en sturen meteen hun wolven op de groep af. Leanna heeft het helemaal
gehad met alles wat op een goblin lijkt. Ze stuurt een woeste donderklap op hen
af, die de hele troep laat schudden op hun benen. Nittis, haar wolvenvriend,
stort zich zonder aarzelen op een van de wolven.
Aurea krijgt een rake aanval van een hobgoblin te verwerken.
De ogen van de tovenares gloeien rood op en brullende vlammen omringen het
wezen, dat prompt tot as vergaat. Pal daarna vuurt ze verzengende stralen op de
hobgoblinleider en een van zijn soldaten af.
Mabon wordt in het nauw gedreven door een hobgoblin en een
wolf, maar steekt woest om zich heen. Happende kaken en wapens ontwijkend, laat
hij zijn rapier ‘Klauw’ flitsen. De kleine gnoom danst soepel heen en weer, en heeft
binnen de kortste keren met zijn beide aanvallers afgerekend.
Leanna ziet dat Nittis het moeilijk heeft en verzamelt
onmiddellijk haar genezende magie. De wolf wordt in een weldadig licht gehuld
en vat de strijd met nieuwe energie weer aan. Niet veel later kan hij zijn
tegenstander in het stof doen bijten.
Van bij het kasteel klinken alarmkreten op en de groep
treuzelt niet langer: hoog tijd om de plaat te poetsen.
De reis verloopt verder voorspoedig, en tegen de avond
bereiken ze de rand van het woud. Leanna is klaar om het moeilijke afscheid van
haar wolf weer door te maken. Nittis verrast haar echter door naar een forse
wolf uit zijn roedel toe te lopen. De twee communiceren een poosje en ze voelt
hoe Nittis de leiding van de troep aan de andere wolf overdraagt. Daarna komt
hij naar haar toe en kijkt haar rustig aan: hij is klaar om haar verder te
begeleiden. Ontroerd en met het gevoel dat ze andermaal door de Aardmoeder is
gezegend, legt ze haar hand achter zijn kop.
Na een weldadige nachtrust is het de volgende dag niet al te
ver meer naar Phandalin. Tot hun schrik horen ze wapengekletter van op het
centrale plein komen. Wanneer ze poolshoogte nemen, zien ze echter al snel dat
het de voormalige Roodmerken zijn die onder leiding van ridder Sildar aan het
oefenen zijn.
Gundren valt zijn trouwe vriend, die hij sinds hun
gevangenneming niet meer had gezien, opgelucht in de armen. Tot zijn grote
bezorgdheid hoort hij echter dat zijn broers, die al lang in Phandalin hadden
moeten zijn, daar nooit zijn aangekomen. Wat kan er met hen gebeurd zijn? Hij
vraagt de groep om hulp, en na enig overwegen zeggen ze toe dat ze de volgende
dag naar de mijn zullen vertrekken om poolshoogte te gaan nemen. Aurea is
geïntrigeerd door de magische voorwerpen die er ooit werden gesmeed, Mabon wil
op zoek naar zijn familie, Leanna doet alles voor de dwerg die haar het leven
heeft gered, en Luatha-Eimh? Luatha-Eimh zegt niet nee tegen een mijn vol
rijkdom!
Eens dat besloten is gaat ze haar tante gedag zeggen. Haar neefje
luistert met open mond toe als ze vertelt over haar avonturen: dat wil hij
later nu ook!
Mabon steekt intussen een bezoekje bij Mirna af. Ze is
ontroerd en blij bij het zien van het erfstuk dat nu om zijn hals hangt. Mabon
en zij halen herinneringen op, en hij vindt bij de weduwe een warm plekje voor
de nacht.
Aurea stelt haar gevangene, Favrik, onder de hoede van
ridder Sildar. Gezien hij nog steeds niet bereid is om zijn trouw aan de
drakenaanbidderscultus af te zweren, moet hij voorlopig maar gevangen gezet
worden. Toch geeft ze het niet op. Ze heeft al uit hem gekregen dat hij de
ambitieuze jongste zoon van een adellijke familie is, die naam voor zichzelf
wilde maken. Als ze die drang een goede richting kan geven, dan kan hij nog
nuttig zijn voor de opbouw van Phandalin. Daarna gaat ze de burgemeester
opzoeken. Het lijkt haar wel verstandig om alvast goede banden aan te knopen
met de plaatselijke gezagsdragers. Hij ontvangt haar eerst wat sceptisch, maar
draait snel bij wanneer hij beseft dat hij te maken heeft met de dochter uit
een adellijk huis. Hij verzoekt haar meteen om hulp: er is een orc-dreiging bij
de Wyvernheuvel. Wie die weet af te wenden, kan rekenen op een fikse beloning…
Leanna wandelt intussen nieuwsgierig door het dorp. De halfelf
is hier al een tijdje, maar ze staat er nog steeds versteld van hoe anders deze
samenleving is dan haar eiland. Peinzend kijkt ze naar vaders die met hun
kinderen spelen, en ze bidt tot haar godin dat ze de weg mag vinden naar haar
eigen vader. Want dat hij nog leeft, daar is ze absoluut van overtuigd. Vroeg of
laat zal ze hem terugvinden…
Aurea en Leanna komen ongeveer tegelijkertijd bij de herberg
van het dorp. De herbergier, Toblen Steenheuvel, heeft al over hun wapenfeiten gehoord en ontvangt hen met open armen. Terwijl ze zitten te eten, komt een ex-avonturier zich voorstellen: Daran Edermaat. Hij is de eerste halfelf die Leanna hier ontmoet, en ze maakt verwonderd kennis. De oude halfelf heeft de nodige verhalen voor hen. In
de heuvels ten oosten van Phandalin wordt er door een mysterieuze figuur gegraven tussen de
ruïnes van de Oude Uilenput. Wat zou daar te vinden zijn? Goudzoekers die er in de buurt komen, worden verjaagd door ondoden… Er is heel wat gaande, zo rond Phandalin!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten