De groep trekt verder richting Phandalin, om daar het nieuws
over de gevangenneming van Gundren te gaan overbrengen en de kar veilig af te
leveren. Ridder Sildar reist met hen mee, dankbaar voor het escorte.
Ze hebben de kar nog maar amper op zijn bestemming
afgeleverd wanneer Luatha-Eimh alweer voor problemen zorgt. Door boze winkeleigenaar
Elmar wordt ze herkend als lid van de Roodmerkbende, een troep bandieten die de
streek onveilig maakt. Luatha vlucht snel de winkel uit, terwijl Aurea vermoeid
in haar neusbrug knijpt – hoe kan ze deze stad nu beschaving bijbrengen als
zelfs haar bondgenoten al kleine criminelen blijken?
Elmar wordt afgeleid met het bericht over Gundrens
gevangenneming. Hij toont zich bezorgd, want Gundren droeg een kaart bij zich
van zijn ontdekking. Samen met zijn broers zou hij de mijn van de legendarische
Phandelvers hebben gevonden. Daar was ooit niet alleen minerale rijkdom maar
ook magische kracht te vinden. Mabon herinnert zich verhalen die hij heeft
gehoord over deze mijnen: zijn voorvaderen en de dwergen werkten er ooit samen.
Dreigt de Smidse der Bezweringen waarover verteld wordt nu in handen van
goblins te vallen?
Luatha sluipt intussen weer binnen en probeert Elmar met een
ontdaan gezichtje te overtuigen dat ze haar leven gebeterd heeft. De
winkeleigenaar is sceptisch. Aurea geeft de halfling een flinke preek over het
belang van een nuttig leven en Luatha beperkt het ogenrollen tot de momenten
dat de tovenares zich tot de anderen wendt. Verder knikt ze ijverig en belooft
dat ze vanaf nu een modelburger zal zijn.
Daarna trekken ze naar het handelshuis van de
Leeuwenschilden om er de kisten af te leveren die ze in de grot van de
goblins hebben gevonden. Linena Grijswind staat hen te woord en ontvangt
verheugd de verloren gewaande kisten. Ze belooft de groep een
voorkeursbehandeling als ze ooit wapens willen kopen van de Leeuwenschildfamilie
en geeft hen een waarschuwing mee: ze kunnen maar beter herberg “De Slapende
Reus” vermijden, want daar houdt de Roodmerkbende zich op.
Luatha-Eimh leidt de groep vervolgens naar de boerderij van
haar tante Qellina. Die ontvang haar nichtje met open armen en biedt ook de
anderen een slaapplaats. Luatha’s neefje Carp komt zijn grote heldin meteen
zijn avonturen vertellen: op zijn ontdekkingstochten heeft hij gehoord dat er
stemmen klonken onder het landhuis van Phandalin…
De volgende morgen begeeft de groep zich naar het dorpshuis
waar ze met ridder Sildar hadden afgesproken. Luatha-Eimh laat de rest alleen naar
binnen gaan en stelt zich verdekt op achter het dorpshuis. Zolang ze haar naam
niet gezuiverd heeft, wil ze liever niet met rotte eieren bekogeld worden.
Ridder Sildar stelt de groep een beloning ter hand voor zijn
redding. Zijn naspeuringen naar de man die hij kwam zoeken, hebben nog niet zoveel
opgeleverd, maar het is wel al duidelijk dat magiër Iarno Albrek wel degelijk
is aangekomen in Phandalin. Daarna is hij echter spoorloos verdwenen in de
buurt van het oude landhuis.
Intussen wordt Luatha omsingeld door Roodmerkbendeleden die
vanuit het niets lijken op te duiken. Ze stelt zich heftig te weer en weet haar
dolken in twee van hen te planten tegen de tijd dat de rest van de groep het
gewoel heeft gehoord. Leanna schiet haar meteen te hulp en velt een van de
andere bendeleden, terwijl Mabon naar voren stormt en de laatste aan zijn
rapier rijgt. Aurea ziet het zuchtend aan: dit is niet hoe ze zich had
voorgesteld de glorie van huis Corlijn te herstellen.
Na deze schermutseling is alleszins duidelijk geworden dat
er met de Roodmerkbende zal moeten worden afgerekend als er enige rust in
Phandalin wil kunnen ontstaan. Luatha-Eimh stelt voor om de vrouw op te zoeken
die eveneens een appeltje met hen te schillen heeft: Halia Doornik, de
gildemeesteres van de mijnwerkers.
Ze treffen Halia in het gildenhuis en krijgen van haar wat
meer informatie over de Roodmerkbende: ze worden geleid door een magiër,
Glastaf, en terroriseren de streek. Degene die deze dreiging zou weten weg te
nemen, zal Phandalin een grote dienst bewijzen.
Dat is koren op de molen van Aurea die haar steun graag
toezegt aan Luatha’s wraakplannen. Mabon verklaart zich ook meteen bereid om te
helpen: deze onderdrukking kan niet langer voortduren! Onschuldige mensen die
moeten leven in angst, nee: dat kan zo niet. De oorpuntjes van Leanna trillen
zachtjes. In wat voor grimmig verhaal is ze hier beland? Maar ze luistert naar
de wind en die fluistert niet dat ze deze taak terzijde moet schuiven. Ze besluit
om bij haar nieuwe vrienden te blijven en hen bij te staan waar ze kan, al is
het maar om hun morele kompas te zijn.
Wanneer ze tot een plan van aanpak proberen te komen, komt
het spoor van het landhuis naar boven. Daar is magiër Iarno Albrek verdwenen.
En daar hoorde Carp stemmen. Zou de magiër ontvoerd zijn door de Roodmerkbende?
Hebben ze daar hun geheime hol?
Onder het landhuis vinden ze inderdaad een verborgen gang. Voorzichtig
vatten ze de tocht naar binnen aan. De gang verwijdt zich tot een grot, waar
het stinkt naar rottend vlees. In de schemering is niet veel te onderscheiden,
maar de geur belooft niet veel goeds.
Luatha-Eimh wordt heen en weer geslingerd tussen haar
verlangen om af te rekenen met Glastaf, die immers een prijs op haar hoofd
zette, en de angst die ze voor de bendeleider koestert: wat voor magische
verschrikkingen heeft hij hier in het donker verborgen?
Leanna stelt haar gerust: ze zal wel even op verkenning
gaan. De halfling kijkt haar sceptisch aan – de tere halfelf zou het nog geen
dag overleven in de Roodmerkbende. Maar Leanna sluit haar ogen en visualiseert
een vorm van donkere schaduwen en lederachtige vlerken. Een ogenblik later
fladdert vleermuis Leanna door de grot. Tot haar schrik ziet ze, verborgen
achter een rotsformatie, een groot eenogig beest met scherpe tanden dat hen
opwacht.
Wanneer ze verslag uitbrengt, schrikt dat Luatha-Eimh om de
een of andere reden niet af, wel integendeel. De halfling zet de aanval in en
stormt op het beest af. Haar kameraden zijn net iets te langzaam om te
vermijden dat Luatha door het wezen in een nabije kloof wordt geslingerd.
Leanna roept een magisch licht op om een baken voor Luatha
te vormen, maar trekt daarmee meteen de aandacht van het wezen. Ze voelt dat
zijn geest de hare raakt en klauwen door haar geheimen proberen te harken. In tegenstelling
tot wat de logica zou suggereren, trekt ze zich niet meteen terug, maar tracht
het afzichtelijke wezen met vriendschap te benaderen. Ze biedt het wezen één
van haar geheimen en voelt daarna dat het vooral uitgehongerd is. Nadat ze het
een stukje vlees heeft toegeworpen, weet ze het te overhalen om haar de locatie
van Glastaf te onthullen.
Intussen heeft Luatha de kloof waarin ze was gevallen
verkend en heeft ze een kist getroffen onder de brug die het wezen bewaakt. Haar
enthousiasme om die open te prutsen, daalt gevoelig wanneer ze een lijk naast
de kist vindt, maar ze sleept hem toch maar mee tot een plek waar Mabon haar en
de kist omhoog kan trekken.
De groep vermijdt de kamers waarachter ze rumoer van
Roodmerkbendeleden horen en sluipt richting de kamer waar Glastaf zich moet
bevinden. Zodra ze de kamer binnengaan, zien ze de gewaden van een magiër
verdwijnen richting een aanpalend vertrek. De groep zet de achtervolging in en
volgt Glastaf tot in een crypte, waar hij zich met een uitdagende glimlach naar
hen keert. Zodra ze hem benaderen heft hij zijn armen en roept drie skeletten
uit hun tombes om voor hem te vechten. Ze storten zich meteen op Mabon, die de
voorhoede vormt. Luatha springt meteen op een kist en vanop haar uitkijkpunt
haalt ze al snel een van de skeletten neer. Mabon rekent inmiddels met zijn
knekelige tegenstander af, en Leanna legt onverbiddelijk de laatste van hen
weer te rusten.
Daarna binden ze de strijd met Glastaf aan. Tegen de
verenigde krachten van toverkunst, een glanzend rapier en Luatha’s wraaklustige
dolken blijkt hij niet opgewassen, en de leider van de Roodmerkbende moet het
onderspit delven.
Wanneer ze de kamers van Glastaf doorzoeken, doen ze een
verrassende ontdekking: ze vinden er een brief, gericht aan Iarno Albrek, de
verdwenen magiër naar wie ridder Sildar op zoek was. Is hij dezelfde als de
Glastaf die ze net verslagen hebben…?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten